E-books voor baby’s van drie maanden oud
Dinsdag 11 januari 2011 door Maartje Somers
Voorbij zijn de discussies of je heel jonge kinderen wel tv mag laten kijken. Je kunt ze nu verantwoord boekjes laten lezen - van een beeldscherm.
In de strijd om de digitale lezer heeft Apple nu zijn pijlen op baby’s gericht. Vanaf zes maanden kunnen kinderen voortaan aan de Ladybird's Baby Touch, geschikt voor iPhone, iPod touch of iPad.
In plaats van stoffen flapjes waarachter het kindje nieuwe wonderen kan onderzoeken, moeten ouders of de baby zelf het scherm aanraken voor beweging, geluid en nieuwe plaatjes, die in tempo en kleurgebruik zijn afgestemd op kinderen van 3 tot 18 maanden.
Werk aan de winkel. Niet alleen voor alle uitgevers van e-books, ook voor psychologen die zich zorgen maken over schermtijd en voor baby-RSI-therapeuten.
.
zondag 16 januari 2011
zaterdag 15 januari 2011
Artikel in Financieel Dagblad over de stand van zaken rond de eBooks
Breng e-book onder leenrecht
Bibliotheken kunnen vanaf begin dit jaar boeken niet langer digitaal uitlenen. Een experimentele regeling die een beperkt aantal bibliotheken daartoe in staat stelde, is met ingang van het nieuwe jaar beëindigd.
Er wordt op dit moment tussen bibliotheken en uitgevers onderhandeld over een nieuwe overeenkomst. Verwacht wordt echter dat die overeenkomst er niet op korte termijn zal komen.
Leenrecht
Er bestaat een belangrijk verschil tussen het uitlenen van een digitaal boek en een fysiek boek. Voor het uitlenen van fysieke boeken is geen toestemming nodig van uitgevers of andere rechthebbenden. Op basis van het zogenoemde leenrecht mogen bibliotheken zonder toestemming van auteurs en uitgevers fysieke boeken uitlenen, mits zij daar een vergoeding voor betalen. De hoogte van die vergoeding wordt in onderhandelingen tussen rechthebbenden en bibliotheken overeengekomen.
In juridische termen wordt het leenrecht een vergoedingsrecht genoemd, in tegenstelling tot het verbodsrecht dat het auteursrecht naar zijn aard is. Het leenrecht is echter gekoppeld aan de fysieke verschijningsvorm van het boek. Voor de uitlening van digitale boeken, waarbij het boek op afstand ter beschikking wordt gesteld en het na enkele weken vanzelf van de e-reader of de tablet verdwijnt, bestaat een dergelijke regeling niet. Uitgevers of andere rechthebbenden vallen terug op hun verbodsrecht en kunnen dus weigeren toestemming voor uitlening te geven.
Toestemming
Er zijn verschillende redenen waarom uitgevers die toestemming niet kunnen of willen geven. Ten eerste bestaat er onduidelijkheid of uitgevers beschikken over de relevante rechten. Alleen als uitgevers met de oorspronkelijke auteur (en soms andere rechthebbenden, zoals illustratoren, fotografen en vertalers) afspraken hebben gemaakt over de exploitatie van e-books, kunnen zij bibliotheken of anderen toestemming geven voor uitlening. Voor de meeste boeken van voor het jaar 2000 zullen dergelijke afspraken niet zijn gemaakt. Om die reden zijn veel auteurs nu vrij met andere partijen afspraken te maken over e-books. De Britse bestsellerauteur Ian McEwan maakte al rechtstreeks een deal met Amazon.
In de tweede plaats zijn veel uitgevers in het Nederlandse taalgebied nogal terughoudend als het op e-books aankomt. Van de in Nederland verkochte boeken is nog geen 1% een e-book, terwijl dat percentage in de Verenigde Staten 10 bedraagt. Uitgevers zijn bang dat de uitgave van e-books ten koste zal gaan van de uitgave van gewone boeken. Voor e-books geldt bovendien nog geen vaste boekenprijs.
Kat uit de boon
Veel Nederlandse uitgevers besluiten nog de kat uit de boom te kijken. Het is echter de vraag of e-books kannibaliserend zullen werken ten opzichte van fysieke boeken. Het is zeer wel denkbaar dat de markten nog jaren naast elkaar blijven bestaan, net als de bioscoop naast de dvd. Bovendien bestaat er het gevaar van illegale verspreiding via digitale netwerken als het aanbod niet tot stand komt. Nu al zijn er gescande boeken te downloaden via peer-to-peernetwerken en circuleren er usb-sticks met honderden titels onder bezitters van e-readers.
Eén ding is echter zeker: de vraag naar e-books zal toenemen. Bibliotheken hebben van oudsher de functie om informatie, cultuur en amusement toegankelijk te maken voor brede lagen van de bevolking. Wanneer zij niet het recht krijgen om e-books uit te lenen, zullen ze die functie in belangrijke mate verliezen.
Niemand kan met zekerheid zeggen of het vijf, vijftien of vijftig jaar zal duren, maar de digitale verschijningsvorm van het boek zal eens de overhand krijgen, net zoals dat met muziek, foto's en films al is gebeurd. Voor de meest recente titels zal er op afzienbare termijn ongetwijfeld een businessmodel ontstaan. Die titels zullen uiteindelijk wel door de uitgever te koop worden aangeboden, alle initiële angsten ten spijt.
Snel uitbreiden
Dat geldt echter niet voor de oudere titels waarvan de beschermingsduur van het auteursrecht nog niet is verstreken. Dat zijn er niet weinig: het auteursrecht duurt tot zeventig jaar na de dood van de auteur. Het betreft dus in ieder geval alle boeken die tijdens of na de Tweede Wereldoorlog zijn verschenen. Het regelen van de rechten van die boeken kan al snel te kostbaar zijn om de digitale exploitatie van die boeken rendabel te maken. Google Books vult deze leemte vooralsnog niet op en het is maar de vraag of dat voor het Nederlandse taalgebied ooit zo zal worden.
Wij pleiten daarom voor een snelle uitbreiding van het leenrecht voor fysieke boeken naar het beschikbaar stellen van digitale boeken. Net als bij fysieke boeken betalen bibliotheken dan per uitlening een vergoeding. Dat is de enige manier om te garanderen dat boeken voor een breed publiek toegankelijk zijn en blijven. Bovendien zal het een stimulans zijn voor de snelle ontwikkeling van de markt voor e-books. Die is nodig om te voorkomen dat de verspreiding van boeken zich via digitale netwerken en usb-sticks straks geheel aan de werking van het auteursrecht onttrekt. En dan hebben zowel de rechthebbenden als de bibliotheken het nakijken.
Christiaan Alberdingk Thijm is advocaat en docent auteursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Frank Huysmans is bijzonder hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.
Illustratie: Hein de Kort
Bibliotheken kunnen vanaf begin dit jaar boeken niet langer digitaal uitlenen. Een experimentele regeling die een beperkt aantal bibliotheken daartoe in staat stelde, is met ingang van het nieuwe jaar beëindigd.
Er wordt op dit moment tussen bibliotheken en uitgevers onderhandeld over een nieuwe overeenkomst. Verwacht wordt echter dat die overeenkomst er niet op korte termijn zal komen.
Leenrecht
Er bestaat een belangrijk verschil tussen het uitlenen van een digitaal boek en een fysiek boek. Voor het uitlenen van fysieke boeken is geen toestemming nodig van uitgevers of andere rechthebbenden. Op basis van het zogenoemde leenrecht mogen bibliotheken zonder toestemming van auteurs en uitgevers fysieke boeken uitlenen, mits zij daar een vergoeding voor betalen. De hoogte van die vergoeding wordt in onderhandelingen tussen rechthebbenden en bibliotheken overeengekomen.
In juridische termen wordt het leenrecht een vergoedingsrecht genoemd, in tegenstelling tot het verbodsrecht dat het auteursrecht naar zijn aard is. Het leenrecht is echter gekoppeld aan de fysieke verschijningsvorm van het boek. Voor de uitlening van digitale boeken, waarbij het boek op afstand ter beschikking wordt gesteld en het na enkele weken vanzelf van de e-reader of de tablet verdwijnt, bestaat een dergelijke regeling niet. Uitgevers of andere rechthebbenden vallen terug op hun verbodsrecht en kunnen dus weigeren toestemming voor uitlening te geven.
Toestemming
Er zijn verschillende redenen waarom uitgevers die toestemming niet kunnen of willen geven. Ten eerste bestaat er onduidelijkheid of uitgevers beschikken over de relevante rechten. Alleen als uitgevers met de oorspronkelijke auteur (en soms andere rechthebbenden, zoals illustratoren, fotografen en vertalers) afspraken hebben gemaakt over de exploitatie van e-books, kunnen zij bibliotheken of anderen toestemming geven voor uitlening. Voor de meeste boeken van voor het jaar 2000 zullen dergelijke afspraken niet zijn gemaakt. Om die reden zijn veel auteurs nu vrij met andere partijen afspraken te maken over e-books. De Britse bestsellerauteur Ian McEwan maakte al rechtstreeks een deal met Amazon.
In de tweede plaats zijn veel uitgevers in het Nederlandse taalgebied nogal terughoudend als het op e-books aankomt. Van de in Nederland verkochte boeken is nog geen 1% een e-book, terwijl dat percentage in de Verenigde Staten 10 bedraagt. Uitgevers zijn bang dat de uitgave van e-books ten koste zal gaan van de uitgave van gewone boeken. Voor e-books geldt bovendien nog geen vaste boekenprijs.
Kat uit de boon
Veel Nederlandse uitgevers besluiten nog de kat uit de boom te kijken. Het is echter de vraag of e-books kannibaliserend zullen werken ten opzichte van fysieke boeken. Het is zeer wel denkbaar dat de markten nog jaren naast elkaar blijven bestaan, net als de bioscoop naast de dvd. Bovendien bestaat er het gevaar van illegale verspreiding via digitale netwerken als het aanbod niet tot stand komt. Nu al zijn er gescande boeken te downloaden via peer-to-peernetwerken en circuleren er usb-sticks met honderden titels onder bezitters van e-readers.
Eén ding is echter zeker: de vraag naar e-books zal toenemen. Bibliotheken hebben van oudsher de functie om informatie, cultuur en amusement toegankelijk te maken voor brede lagen van de bevolking. Wanneer zij niet het recht krijgen om e-books uit te lenen, zullen ze die functie in belangrijke mate verliezen.
Niemand kan met zekerheid zeggen of het vijf, vijftien of vijftig jaar zal duren, maar de digitale verschijningsvorm van het boek zal eens de overhand krijgen, net zoals dat met muziek, foto's en films al is gebeurd. Voor de meest recente titels zal er op afzienbare termijn ongetwijfeld een businessmodel ontstaan. Die titels zullen uiteindelijk wel door de uitgever te koop worden aangeboden, alle initiële angsten ten spijt.
Snel uitbreiden
Dat geldt echter niet voor de oudere titels waarvan de beschermingsduur van het auteursrecht nog niet is verstreken. Dat zijn er niet weinig: het auteursrecht duurt tot zeventig jaar na de dood van de auteur. Het betreft dus in ieder geval alle boeken die tijdens of na de Tweede Wereldoorlog zijn verschenen. Het regelen van de rechten van die boeken kan al snel te kostbaar zijn om de digitale exploitatie van die boeken rendabel te maken. Google Books vult deze leemte vooralsnog niet op en het is maar de vraag of dat voor het Nederlandse taalgebied ooit zo zal worden.
Wij pleiten daarom voor een snelle uitbreiding van het leenrecht voor fysieke boeken naar het beschikbaar stellen van digitale boeken. Net als bij fysieke boeken betalen bibliotheken dan per uitlening een vergoeding. Dat is de enige manier om te garanderen dat boeken voor een breed publiek toegankelijk zijn en blijven. Bovendien zal het een stimulans zijn voor de snelle ontwikkeling van de markt voor e-books. Die is nodig om te voorkomen dat de verspreiding van boeken zich via digitale netwerken en usb-sticks straks geheel aan de werking van het auteursrecht onttrekt. En dan hebben zowel de rechthebbenden als de bibliotheken het nakijken.
Christiaan Alberdingk Thijm is advocaat en docent auteursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Frank Huysmans is bijzonder hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.
Illustratie: Hein de Kort
vrijdag 14 januari 2011
Officiele opening kunstwerk "Boerenbanken" : poortfunctie voor het Nuenens Broek
Vanmiddag naar een leuke en "modderige" opening geweest in het zogenaamde Nuenens Broek, een waardevol natuurgebied. Vroeger was het moerasgebied. Gelukkig was op de uitnodiging voor de nattigheid gewaarschuwd en was ik zo "wijs" geweest de kaplaarzen van mijn man aan te trekken.
Het kunstwerk "Boerenbanken" werd geopend door Nuenens burgemeester Ligtvoet en Erik van Ingen, directeur van Het Brabant Landschap.Burgemeester Ligtvoet las ook het gedicht voor van Lucebert waarin de bekende dichtregel staat "Alles van waarde is weerloos".Als bibliotheekmens werd ik daar natuurlijk helemaal blij van.
Hier komt het nog even:
er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings
alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk
als het hart van de tijd
als het hart van de tijd
De bekende Brabantse, van oorsprong Nuenense zanger "Gerard van Maasakkers, was ook bij de opening betrokken. De banken zijn ook geinspireerd op zijn bekende lied "Hee goade mee", waarin hij het Nuenen Broek bezingt. Uiteraard bracht hij dit ten gehore.
De twee banken zijn erg mooi en passen fraai in het landschap. Ze zijn ontworpen door Nuenens Beeldhouwerscollectief Passie, bestaande uit Franka van Neerven, Gidy Knoors en Jelle Persoon, dat ook al eens in onze bibliotheek exposeerde.
In iedere bank zijn grote foto's verwerkt van 2 boerenfamilies die in het gebied actief waren en nog zijn. De "bankskes" zijn een ode aan alle Nuenense boerenfamilies. De 2 families waren ook uitgenodigd en werden toegezongen door Gerard van Maasakkers.
Kortom: een mooi kunstwerk dat, zoals gezegd werd tijdens de opening, de recreatieve en kunsthistorische waarde versterkt.
Een impressie:
Het kunstwerk "Boerenbanken" werd geopend door Nuenens burgemeester Ligtvoet en Erik van Ingen, directeur van Het Brabant Landschap.Burgemeester Ligtvoet las ook het gedicht voor van Lucebert waarin de bekende dichtregel staat "Alles van waarde is weerloos".Als bibliotheekmens werd ik daar natuurlijk helemaal blij van.
Hier komt het nog even:
er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings
alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk
als het hart van de tijd
als het hart van de tijd
De bekende Brabantse, van oorsprong Nuenense zanger "Gerard van Maasakkers, was ook bij de opening betrokken. De banken zijn ook geinspireerd op zijn bekende lied "Hee goade mee", waarin hij het Nuenen Broek bezingt. Uiteraard bracht hij dit ten gehore.
De twee banken zijn erg mooi en passen fraai in het landschap. Ze zijn ontworpen door Nuenens Beeldhouwerscollectief Passie, bestaande uit Franka van Neerven, Gidy Knoors en Jelle Persoon, dat ook al eens in onze bibliotheek exposeerde.
In iedere bank zijn grote foto's verwerkt van 2 boerenfamilies die in het gebied actief waren en nog zijn. De "bankskes" zijn een ode aan alle Nuenense boerenfamilies. De 2 families waren ook uitgenodigd en werden toegezongen door Gerard van Maasakkers.
Kortom: een mooi kunstwerk dat, zoals gezegd werd tijdens de opening, de recreatieve en kunsthistorische waarde versterkt.
Een impressie:
dinsdag 11 januari 2011
Bericht Informatie Professional
Peter Nikken benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit.
Peter Nikken, specialist op het gebied van jeugd, media en opvoeding, is per 1 januari benoemd tot bijzonder hoogleraar Mediaopvoeding aan de Faculteit der Historische Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De leerstoel is ingesteld om de kennis over de rol van ouders bij het mediagebruik van hun kinderen te vergroten.
Het instellen van deze leerstoel is een initiatief van het Nederlands Jeugdinstituut, het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM), de Pan-European Game Information systeem (PEGI) en de Stichting Mijn Kind Online. Met de leerstoel, die uniek is in Europa, willen deze organisaties het belang van mediaopvoeding onder de aandacht brengen.
De manier waarop jeugdigen communiceren, informatie opdoen en zich vermaken is de laatste decennia sterk veranderd. In toenemende mate spelen media een belangrijke rol in hun leven. Jeugdigen groeien op in deze gemedialiseerde samenleving, voor hen is het heel gewoon. Maar ouders en opvoeders zien zich hierdoor geconfronteerd met vragen en onzekerheden. Wat moeten zij bijvoorbeeld denken van de effecten van die media op hun kinderen en in hoeverre kunnen en moeten zij daarmee rekening houden in de opvoeding? De leerstoel Mediaopvoeding moet hierin verandering brengen.
Prof. dr. Peter Nikken is psycholoog en als specialist op het gebied van jeugd, media en opvoeding verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut. Hij promoveerde op een proefschrift over de kwaliteitseisen voor kindertelevisieprogramma's en schreef populaire en wetenschappelijke publicaties over de Kijkwijzer, mediaopvoeding, seksualisering, videogames, Sesamstraat en reclame.
De leerstoel Mediaopvoeding wordt voor de duur van vier jaar ingesteld bij de Erasmus School of History, Culture and Communication van de Erasmus Universiteit Rotterdam, binnen het wetenschapsgebied Media en Communicatie.
Peter Nikken, specialist op het gebied van jeugd, media en opvoeding, is per 1 januari benoemd tot bijzonder hoogleraar Mediaopvoeding aan de Faculteit der Historische Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De leerstoel is ingesteld om de kennis over de rol van ouders bij het mediagebruik van hun kinderen te vergroten.
Het instellen van deze leerstoel is een initiatief van het Nederlands Jeugdinstituut, het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM), de Pan-European Game Information systeem (PEGI) en de Stichting Mijn Kind Online. Met de leerstoel, die uniek is in Europa, willen deze organisaties het belang van mediaopvoeding onder de aandacht brengen.
De manier waarop jeugdigen communiceren, informatie opdoen en zich vermaken is de laatste decennia sterk veranderd. In toenemende mate spelen media een belangrijke rol in hun leven. Jeugdigen groeien op in deze gemedialiseerde samenleving, voor hen is het heel gewoon. Maar ouders en opvoeders zien zich hierdoor geconfronteerd met vragen en onzekerheden. Wat moeten zij bijvoorbeeld denken van de effecten van die media op hun kinderen en in hoeverre kunnen en moeten zij daarmee rekening houden in de opvoeding? De leerstoel Mediaopvoeding moet hierin verandering brengen.
Prof. dr. Peter Nikken is psycholoog en als specialist op het gebied van jeugd, media en opvoeding verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut. Hij promoveerde op een proefschrift over de kwaliteitseisen voor kindertelevisieprogramma's en schreef populaire en wetenschappelijke publicaties over de Kijkwijzer, mediaopvoeding, seksualisering, videogames, Sesamstraat en reclame.
De leerstoel Mediaopvoeding wordt voor de duur van vier jaar ingesteld bij de Erasmus School of History, Culture and Communication van de Erasmus Universiteit Rotterdam, binnen het wetenschapsgebied Media en Communicatie.
zondag 9 januari 2011
zaterdag 8 januari 2011
donderdag 30 december 2010
Regels voor spatiegebruik en nog veel meer. Mijn zus, onderwijzeres, attendeerde haar siblings erop ...
Regels
Een samenstelling is een woord dat is opgebouwd uit twee of meer woorden die ieder zelfstandig kunnen voorkomen. Denk aan woorden als tuinbroek (tuin+broek) en badslippers (bad+slippers). Samenstellingen worden in het Nederlands altijd aan elkaar geschreven, om zo aan te geven dat de woorden van de samenstelling bij elkaar horen. Eventueel kan een koppelteken worden gebruikt om de opbouw van de samenstelling duidelijker te maken, maar het gebruik van een spatie in het samengestelde woord is altijd fout.
Maar wat als het woord te lang wordt?
Waarom zou je 'theepot' aan elkaar schrijven en 'hagelslagverpakking' niet? Het maakt niet uit uit hoeveel delen het woord is samengesteld. Ook samenstellingen die bestaan uit drie of meer delen worden aan elkaar geschreven. Het is dus 'waterkrachtcentrale', 'vijfsterrenhotel', 'derdewereldland' en 'langetermijnplanning'. Hoewel het vaak helemaal niet nodig is, geldt ook hier dat het eventueel is toegestaan om de structuur van de samenstelling met een koppelteken te verduidelijken. Maar nooit met een spatie! Wees dus niet bang om lange woorden te schrijven; het is 'langetermijnplanning' (of eventueel 'langetermijn-planning') en dus niet 'langetermijn planning' of 'lange termijnplanning'.
Zijn er uitzonderingen waarbij het gebruik van een spatie wel correct is?
Bij een samenstelling met een eigennaam - zoals 'Marco Borsato', 'Tweede Kamer' of 'Albert Heijn' - wordt die naam als eenheid opgevat, en daarvan wordt de spelling in een samenstelling niet veranderd. Eventuele spaties blijven daarbij dus gehandhaafd, en dat is dan ook meteen de enige uitzondering. In principe worden de eigennaam en de rest van de samenstelling aaneengeschreven. Het is vaak duidelijker om tussen de eigennaam en de rest van de samenstelling een koppelteken te plaatsen, om aan te geven waar de eigennaam ophoudt. Zo wordt het dus 'Marco Borsato-fanclub', 'Tweede Kamer-lid' en 'Albert Heijn-filiaal'.
Zijn er verder nog voorbeelden waarin het gebruik van een spatie juist is?
Nee, samenstellingen worden verder altijd aan elkaar geschreven. Het is echter niet gezegd dat een combinatie zoals 'lange afstandsloper' altijd fout is. Als niet de afstand lang is maar de loper zelf, dan is 'lange' een bijvoeglijk naamwoord bij 'afstandsloper' en wordt het dus als twee woorden geschreven. Maar dat is wat anders dan een 'langeafstandsloper'! Dit onderscheid is overigens precies de reden dat een samenstelling helemaal aan elkaar geschreven moet worden, zonder spaties.
Oké, geen spaties dus. Maar wat met het koppelteken?
Je mag het koppelteken dus eventueel gebruiken als je denkt dat dat de leesbaarheid van het woord ten goede komt. Maar er zijn ook nog een paar gevallen waarin je verplicht bent een koppelteken te gebruiken.
Bijvoorbeeld bij samenstellingen met een afkorting (cd-doosje), een symbool (@-teken) of een cijfer (60-jarige).
Of in gevallen van 'klinkerbotsing' waarbij in de samenstelling twee klinkers achter elkaar komen te staan die als één klank gelezen kunnen worden. Om te voorkomen dat de 'o' en de 'e' als 'oe' worden gelezen, schrijf je 'macro-economie' met een streepje. Iets dergelijks geldt ook bij 'milieu-inspecteur'.
Samengevat
Er zijn best wat situaties waarbij je in lange samengestelde woorden een koppelteken mag of moet gebruiken. Maar gebruik in samengestelde woorden dus nooit een spatie!
Bron:
http://www.spatiegebruik.nl/index.php
Deze links verwijzen naar drukbezochte websites. Nu al bijna 60.000 bezoekers.
En op deze website kun je je basiskennis weer ophalen
Nog een voor verveelmomenten maar het werkt wel
Een samenstelling is een woord dat is opgebouwd uit twee of meer woorden die ieder zelfstandig kunnen voorkomen. Denk aan woorden als tuinbroek (tuin+broek) en badslippers (bad+slippers). Samenstellingen worden in het Nederlands altijd aan elkaar geschreven, om zo aan te geven dat de woorden van de samenstelling bij elkaar horen. Eventueel kan een koppelteken worden gebruikt om de opbouw van de samenstelling duidelijker te maken, maar het gebruik van een spatie in het samengestelde woord is altijd fout.
Maar wat als het woord te lang wordt?
Waarom zou je 'theepot' aan elkaar schrijven en 'hagelslagverpakking' niet? Het maakt niet uit uit hoeveel delen het woord is samengesteld. Ook samenstellingen die bestaan uit drie of meer delen worden aan elkaar geschreven. Het is dus 'waterkrachtcentrale', 'vijfsterrenhotel', 'derdewereldland' en 'langetermijnplanning'. Hoewel het vaak helemaal niet nodig is, geldt ook hier dat het eventueel is toegestaan om de structuur van de samenstelling met een koppelteken te verduidelijken. Maar nooit met een spatie! Wees dus niet bang om lange woorden te schrijven; het is 'langetermijnplanning' (of eventueel 'langetermijn-planning') en dus niet 'langetermijn planning' of 'lange termijnplanning'.
Zijn er uitzonderingen waarbij het gebruik van een spatie wel correct is?
Bij een samenstelling met een eigennaam - zoals 'Marco Borsato', 'Tweede Kamer' of 'Albert Heijn' - wordt die naam als eenheid opgevat, en daarvan wordt de spelling in een samenstelling niet veranderd. Eventuele spaties blijven daarbij dus gehandhaafd, en dat is dan ook meteen de enige uitzondering. In principe worden de eigennaam en de rest van de samenstelling aaneengeschreven. Het is vaak duidelijker om tussen de eigennaam en de rest van de samenstelling een koppelteken te plaatsen, om aan te geven waar de eigennaam ophoudt. Zo wordt het dus 'Marco Borsato-fanclub', 'Tweede Kamer-lid' en 'Albert Heijn-filiaal'.
Zijn er verder nog voorbeelden waarin het gebruik van een spatie juist is?
Nee, samenstellingen worden verder altijd aan elkaar geschreven. Het is echter niet gezegd dat een combinatie zoals 'lange afstandsloper' altijd fout is. Als niet de afstand lang is maar de loper zelf, dan is 'lange' een bijvoeglijk naamwoord bij 'afstandsloper' en wordt het dus als twee woorden geschreven. Maar dat is wat anders dan een 'langeafstandsloper'! Dit onderscheid is overigens precies de reden dat een samenstelling helemaal aan elkaar geschreven moet worden, zonder spaties.
Oké, geen spaties dus. Maar wat met het koppelteken?
Je mag het koppelteken dus eventueel gebruiken als je denkt dat dat de leesbaarheid van het woord ten goede komt. Maar er zijn ook nog een paar gevallen waarin je verplicht bent een koppelteken te gebruiken.
Bijvoorbeeld bij samenstellingen met een afkorting (cd-doosje), een symbool (@-teken) of een cijfer (60-jarige).
Of in gevallen van 'klinkerbotsing' waarbij in de samenstelling twee klinkers achter elkaar komen te staan die als één klank gelezen kunnen worden. Om te voorkomen dat de 'o' en de 'e' als 'oe' worden gelezen, schrijf je 'macro-economie' met een streepje. Iets dergelijks geldt ook bij 'milieu-inspecteur'.
Samengevat
Er zijn best wat situaties waarbij je in lange samengestelde woorden een koppelteken mag of moet gebruiken. Maar gebruik in samengestelde woorden dus nooit een spatie!
Bron:
http://www.spatiegebruik.nl/index.php
Deze links verwijzen naar drukbezochte websites. Nu al bijna 60.000 bezoekers.
En op deze website kun je je basiskennis weer ophalen
Nog een voor verveelmomenten maar het werkt wel
Abonneren op:
Posts (Atom)
