maandag 4 april 2011

VOB (interview met Francien van Bohemen) komt met artikel in Metro van vandaag. Trefwoorden: wegwijs maken in informatiejungle, sociale media als middel om in contact te komen met klant, rustig lezen en werken (met laptop dankzij wifi) e-books en ook lenen van boeken en films. Dit wordt door duizenden gelezen. Goede pr.

De bibliotheek los van van saai imago
Metro 4 april 2011
Twitter, Facebook en Hyves blazen het stoffige bibliotheekboek
nieuw leven in. Wie denkt datbibliotheken zich door de online
revolutie van social media en de komst van het e-book hun pand
uit laten jagen, heeft het flink mis. Met vier miljoen leden is de
bieb anno 2011 nog bijna hip te noemen. Een ledenaantal dat de
laatste jaren zelfs weer is opgekrabbeld.
“Natuurlijk! We moeten welvoorsorteren”, vertelt een trotse
adjunct-directeur van Bibliotheken Eemland, Margot Jager. De
keten bestaat uit twaalf bibliotheken in omgeving Amersfoort en
experimenteert veel met nieuwe ontwikkelingen. “We Twitteren
met onze leden, een aantal medewerkers blogt actief over het
leven in de bieb, we lenen ebooks uit en we hebben een multitouchtable.”
Volgens Francien van Bohemenvan de Vereniging Openbare Bibliotheken
(VOB) verandert de rol van de bibliotheek door de digitalisering.
“Vooral de informatieve taak verandert. Het aantal uitgeleende
informatieve boeken loopt sterk terug. Als je een spreekbeurt
moet houden, stap je niet meer op je fiets naar de bibliotheek,
maar pak je Google erbij.” de informatieve rol verschuift
volgens haar meer naar het wegwijs maken in “die informatiejungle.”
Zoals bijvoorbeeld het geven van workshops en het coachen
naar betrouwbare informatie. Ook Bibliotheek Utrecht is zich
bewust van het belang van modernisering. De bieb leende vorig jaar 9.000 digiboeken uit aan 2.740 leden met een e-reader. “Wel moeten we nog wat meer aandacht aan Twitter besteden”, geeft woordvoerder Corrie Kamphof
toe. “Dat doen we nog te weinig, hoewel we weten dat je er
tegenwoordig niet meer omheen Verder wordt de bieb meer een
ontmoetingsplek en een plek om rustig te werken voor zzp’ers en
studenten, volgens Van Bohemen. Bij nieuwbouw wordt daar qua
inrichting veel meer rekening mee gehouden.” Zowel Jager als
Kamphof herkennen deze trend vanuit de praktijk. “Ik liep net
nog door de ruimte en zag dat er veel werd gewerkt, in groepen of
apart”, vertelt Kamphof. “We hebben van die hotspots, je kunt met
je eigen laptop werken. Het is een goed alternatief voor je eigen
keukentafel, hier heb je ook koffie, plus toegang tot allerlei materialen.
Bovendien kun je gelijk een goed boek of leuke film mee naar huis nemen.”
“Rol van bieb verandert: we maken de leden wegwijs in de informatiejungle”
Bibliotheek is rustige ontmoetingsplek voor zzp’ers en studenten geworden

vrijdag 1 april 2011

Rutger Lemm reageert in NRC op Nicholas Carr. Wie herkent dit?

Láát die pc toch eens. Lees gewoon een boek
Nicholas Carr schreef dat internet zijn aandacht te veel afleidt. Wat een ouwe zeur, dacht ik – totdat ik mijn eigen internetgedrag onder de loep nam. Misschien heeft Carr toch een punt, schrijft Rutger Lemm.

Aan het begin van de ‘generatiefilm’ The Social Network vindt een klein, maar veelzeggend moment plaats. Mark Zuckerberg (Jesse Eisenberg) zet na thuiskomst onmiddellijk zijn laptop aan. Daarna pakt hij een biertje. Hij begint te bloggen. Het activeren van de computer voert hij achteloos en tegelijk routineus uit, alsof hij een glas water drinkt. De laptop lijkt een verlengstuk van hemzelf te zijn. Zodra hij thuis is, moet hij online gaan.

Dit doet denken aan een Italiaans onderzoek uit 2008, waarbij makaken gebruikmaakten van grijpers terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten. Na een tijdje accepteerde hun brein dit gereedschap en begon het als onderdeel te zien van het lichaam. De aap dacht dat hij een langere arm had. Onderzoeken met mensen boden vergelijkbare resultaten.

Dit voorbeeld komt uit het boek The Shallows, What the Internet Is Doing to Our Brains (2010) van de Amerikaanse auteur Nicholas Carr (1959). Hierin onderscheidt hij twee soorten uitvindingen die de mensheid vooruithielpen – fysieke technologieën (zoals de ploeg) en intellectuele uitvindingen (zoals de klok). Inherent aan die tweede categorie is dat deze nieuwe technieken onze manier van denken veranderen. Internet is zo’n intellectuele technologie, een enorm verlengstuk van onze hersenen. Wat doet het met ons denken?

Internet is ontworpen om ons snel te voorzien van veel informatie. Daardoor kent het veel onderbrekingen en zijwegen. Carr prijst internet veelvuldig, maar vindt toch dat we te veel moeten opofferen voor de voordelen ervan.

Internet geeft ons precies de kleine bevrediging en de afleiding die onze hersenen constant willen. Stimuleert het ook zaken die wat moeilijker zijn? Alle hyperlinks, notificaties en chatgeluidjes brengen ons in een perpetual state of distraction, waarin we niets écht doen. Het lijkt een typisch product van de consumptiemaatschappij, waarbij de kwantiteit – meer, meer, meer – belangrijker is dan de kwaliteit van de informatie.

Het kan onze hersenen niets schelen dat het lezen van een boek waardevoller is dan het voor de tiende keer bekijken van Rebecca Black’s clip Friday – wel een aanrader trouwens. Onderzoeken tonen aan dat we door de constante stroom aan informatie minder goed worden in contemplatief denken, het intensief bestuderen van een onderwerp zonder dat dit directe resultaten oplevert. Volgens Carr worden we oppervlakkig van internet, zoals hij ook al schreef in het essay met de retorische vraag Is Google Making Us Stupid?

Mijn eerste reactie was: wat een conservatieve lulkoek. Carr beschrijft zelf dat elke intellectuele technologie eerst op weerstand stuit. Nu doet hij vrolijk daaraan mee. Een nieuwe tijd komt eraan – the Age of Zuckerberg. Staak je verzet, oude man! Waarom is internet zo kwaadaardig? Jonge mensen zoals ik hebben alleen maar profijt ervan.

Dat veranderde toen ik goed nadacht over mijn eigen situatie. Ook zelf zet ik meteen na het ontwaken de laptop – die vaak nog in mijn bed ligt – aan. Ik check Zuckerbergs uitvinding Facebook, mijn drie e-mailinboxen, voetbalprimeur.nl, Twitter, nrc.nl en nog een keer Facebook.

Toen ik op mijn vijftiende internet kreeg, mailde ik met mijn vakantieliefde uit Rotterdam. Als je het programma opstartte, zei videojockey Michael Pilarczyk van tv-zender TMF: „welkom bij Compuserve.” Dan duurde het een aantal seconden voordat je inbox geel oplichtte. Michael zei: „Er is nieuwe e-mail voor u.” De opwinding die ik voelde, was onbeschrijflijk. E-mail? Voor mij?

Michael was niet altijd vriendelijk. Als ik nog geen antwoord op mijn vurige liefdesbrief had ontvangen, zei hij, heel fijntjes: „Er is geen nieuwe e-mail voor u.”

Deze internetopwinding is zonder twijfel verslavend. Elke like op Facebook, elke @mention op Twitter, elk opvallend nieuwsbericht of Youtube-filmpje en elk mailtje bezorgt een bepaalde kleine bevrediging, die nooit helemaal genoeg is, maar toch gemakkelijk te vinden.

Dit laatste is van belang. Tijdens het schrijven van een stuk of het lezen van een boek kun je altijd je concentratie verliezen. De behoefte aan afleiding is natuurlijk. Ik klik dan altijd als een gedachteloze zombie op het Firefox-icoon. Daarna kom ik al snel vast te zitten in mijn vaste ‘internetrondje’. Na een kwartier is daar niets nieuws te zien. Toch blijf ik maar erin doordraaien, op zoek naar iets wat niet bestaat. Soms zit ik op Facebook urenlang te kijken naar vakantiefoto’s van mensen die ik niet ken. Dit heet onofficieel update sickness.

Ik begon toch wat te zien in Carrs noodroep. Internet stimuleert strategisch handelen. Alles moet zo snel mogelijk een effect hebben. Als een programma traag loopt, of een sms’je niet snel genoeg wordt beantwoord, raken we geïrriteerd.

Ik merk dat ik strategisch in het leven sta. Bij het uitgaan denk ik steeds vaker: wat valt er te halen vanavond? Bezoeken we een club die ik nog niet ken? Zijn daar leuke meisjes? Kortom – zal deze avond mij verrijken, of kan ik net zo goed naar huis gaan, om daar wat films te downloaden? Een snelle, afgebakende bevrediging van het persoonlijke geluk staat een onverwachte avond in de weg. Komt dit door het internet, dat mij nooit lijkt teleur te stellen in die behoefte?

Worden we oppervlakkiger, dommer en egoïstischer van internet? Zo ja, wat is de oplossing?

Volgens Carr moeten we minder internetten. Zelf heeft hij geen smartphone. Hij checkt zijn e-mail op gezette tijden, voelt zich beter en kan zich weer beter concentreren op lange artikelen en boeken.

Terwijl ik dit in zijn boek las, raakte ik afgeleid door een geluidje uit mijn laptop, die een paar meter naast me stond. Ik had een nieuw mailtje.

Rutger Lemm is stand-up comedian en hoofdredacteur van het online tijdschrift hard//hoofd.

zondag 27 maart 2011

Gelezen in NRC 26 maart: deze boekhandelaar in Amsterdam wil de publieke functie van de bibliotheek wel overnemen. Maar gaat dat de klant meer geld kosten dan nu? Waar zijn we mee bezig?

Bibliotheek weg? Dan komen we wel samen in de boekhandel
"Waar bestsellers niet op pallets liggen, ontstaat de lezersgemeenschap"

Door Carel van Pampus Boekhandelaar in Amsterdam
Na afloop van de Boekenweek horen we vooral over de omzetcijfers, maar ook de rol van de – kleine – boekhandel verdient aandacht. Die vervult namelijk steeds meer een gemeenschapsfunctie.

De Boekenweek is morgen weer voorbij. De omzetten kunnen worden opgeteld. Dat gebeurt natuurlijk ook, maar de verschraling in het aanbod van de meeste uitgevers en de toenemende fixatie op hitparades, op toptiens of topzestiglijstjes, ontgaan het lezende ‘publiek’ intussen niet. Het ontgaat de lezers evenmin dat boekverkopers steeds gemakkelijker speciale ‘plekken’ – in de etalage, naast de kassa – verhuren aan uitgevers.

Dus is de vraag: als overal min of meer dezelfde toptitels worden aangeboden, wat maakt het dan nog uit waar je je boek koopt? In de meeste winkels liggen immers heel veel exemplaren van dezelfde paar titels klaar op grote pallets
U rekent simpel af bij de kassa. De camera’s waken ondertussen over uw en onze eigendommen. Waarom?

Voor die boeken hoef je de deur toch niet meer uit. Die kun je ook wel via internet bestellen.

Dit is het algemene beeld van de grote boekhandel in Nederland, maar er zijn ook meer andere en kleinere boekhandels, winkels waar de titels uit de toplijsten niet meteen in het zicht liggen, waar niet alleen de bestsellers, maar ook merkwaardige titels mooi plat en zichtbaar neergelegd worden uitgestald en waar, jazeker, recent werk beschikbaar is. Dat zijn vaak plaatsen waar de lezer kan denken: „hé, wat is dat voor een boek?” Daar wordt onthaast. Daar hangt geen zachte drang om meteen af te rekenen bij de kassa.

Natuurlijk, een goed aanbod, in de breedte, valt altijd op, maar op die minder vanzelfsprekend ingerichte plaatsen gebeurt vaak toch ook meer. Je wilt nog niet weg.

Waarom? Omdat daar een bekende is, of een onbekende – even praten, de kinderen kruipen wel in het speelhok met een Gouden Boekje, of om een kopje koffie of thee te drinken bij een wat ingewikkelder gesprek.

Is dat een dorpsgevoel? Zeker, en de ondernemer moet dat gevoel ook onderkennen. De winkelier moet zijn buurt immers kunnen lezen. Hij of zij probeert in te spelen op dingen die daar leven of behoren te leven.

Dan wordt die sfeervolle ruimte met leuke boeken ineens ook nog eens een geschikte plek om maandelijks ‘Open Koffie Ochtenden voor ZZP’ers’ te houden (bij mij elke keer met een opkomst van veertig à vijftig mensen), of een vergadering van een bewonerscomité, dan wel een publiek gesprek met een vooraanstaande socioloog, met de schrijfster Kristien Hemmerechts of een avond over de stedenbouwkundige geschiedenis van de wijk – et cetera.

Hoe komt het dat boekwinkels die functie steeds meer vervullen? Ik denk omdat in Amsterdam-Oost, waar ik woon en werk, de vele sociaal-culturele voorzieningen niet meer goed sporen met de behoeften van de bevolking. Dit deel van de stad heeft bijvoorbeeld welgeteld één filiaal van de Openbare Bibliotheek. In zo’n wijk kan een beetje extra podium geen kwaad. Buurtbewoners nemen daartoe ook zelf initiatieven, zoals het maandelijkse Podium 303 bij ons in Amsterdam-Oost.

Boekwinkels blijken eveneens die oude gemeenschapsfuncties, die nu niet langer vanzelfsprekend worden uitgevoerd door openbare gelegenheden als de bibliotheek, meer en meer te vervullen. Ze hebben meer taken dan alleen boeken verkopen. Het onderhouden, prikkelen en verbinden van een buurt – het is vermoedelijk geen opwindend thema voor de volgende Boekenweek, maar het is wel precies wat steeds meer kleine boekwinkels doen.

Vandaag maar eens de berichten over de iPad 2 gelezen. Wow, wel weer verrassende nieuwigheidjes

donderdag 24 maart 2011

e-booknieuws NRC. Lees meer boekennieuws in NRC van 24 maart

Verkoop e-books blijft stijgen in eerste maanden 2011
In de eerste twee maanden van 2011zijn zo’n 80.000 e-books verkocht in
Nederland, meldt B oekennieuws. In dezelfde periode werden er 7.776.560
papieren boeken verkocht. Vorig jaar distribueerde het Centraal Boekhuis
ruim 350.000 e-books, iets minder dan 1 procent van de totale boekenmarkt.
(B H)
e-Bookpiraterij: Der Spiegel half uur na verschijning gratis
E-bookpiraterij neemt in Duitsland hand over hand toe. Dit blijkt uit een studie in opdracht van de Duitse vereniging van uitgevers. Op torrentsites circuleren vooral bekende internationale bestsellers en wetenschappelijke boeken. Ook gekraakte luisterboeken en hoogwaardig ingescande tijdschriften en kranten zijn gratis te downloaden. Volgens de onderzoekers is een nieuwe editie van Der Spiegel al een half uur na het vrijgeven aan de abonnees beschikbaar, zo bericht Die Welt. Het gaat in de regel om ingescande bestanden. Sommigen internetters hebben duizenden boeken gedigitaliseerd, zoals bijvoorbeeld de man of vrouw met de schuilnaam ‘2nicegirl’, die 1440 boeken van de uitgeverij Thieme Chemistry gratis beschikbaar stelt. (HC)

zondag 20 maart 2011

Boekenweek 2011: 20 maart interview met auteur Thijs de Boer in Nuenense bibliotheek

Vandaag ontving de Nuenense bibliotheek auteur Thijs de Boer. Joop Dirksen, docent Nederlands aan het Plein College Eckart, inspirator en initiator van de literatuurdidactiek in Nederland en onlangs nog voor zijn inspanningen onderscheiden met de Ridder in de Orde van Oranje Nassau, interviewde hem.
Thijs is opgegroeid in Nuenen en dat was een reden om deze jonge auteur uit te nodigen. Meer reden om hem uit te nodigen waren de recensies die in de landelijke media verschenen n.a.v. zijn debuut "Vogels die vlees eten".
Enkele citaten:
Vogels die vlees eten is een bundel waar je eindeloos uit wil citeren. Maar het zijn niet zomaar mooie citaten. Ze passen precies binnen het verhaal, ze zijn de dichtst mogelijke benadering van de kern. De Boer reikt zijn personages geen afgerond verhaal aan, hij geeft ze slechts fragmenten, en tezamen vormen die fragmenten een doolhof waarin ze het zelf maar moeten uitzoeken.
Er is geen debutant die zo bewust pauzes in zijn verhaal aanbrengt, om de lezer op adem te laten komen, en te laten nadenken over wat de tekst wil zeggen. Waarom geen ontbijt? Wat betekent 'kwijt'? Wat betekent 'alle hoop verliezen'? Al lezend krijg je daarover wel een bang vermoeden. En dat is knap, als een schrijver in twee zinnen zoveel vragen weet op te roepen.
En:
Sommige boeken zijn zo goed dat het gevaarlijk wordt: je loopt onder de tram, vergeet te eten, zet relaties op het spel - als je maar verder kunt lezen. Vogels die vlees eten is het debuut van Thijs de Boer. Tien korte verhalen.
Het gerucht ging dat De Boer in een paar pagina's meer zegt dan de meeste schrijvers in een hele roman. Dat is niet helemaal waar. Hij zegt meer in een paar zinnen.

Het is jammer dat de belangstelling gering was. Wellicht lag dit aan het tijdstip (zondag) aan het mooie weer of aan het feit dat Thijs nog niet bekend is bij het grote publiek. In ieder geval was het een erg interessant gesprek. Ik zie dan ook uit naar het volgende boek van deze jonge auteur.

Blogarchief