vrijdag 8 april 2011
Weer eens ouderwets tijdens huiselijke bezigheden cd's gedraaid van Jacques Brel en Liesbeth List. Volumeknop ver open. Schitterende tekst en muziek. Bij sommige nummers krijg ik nog steeds kippenvel. Enkele nummers zijn op YouTube te vinden, zoals "Mijn vlakke land". "Vrijheid" van Liesbeth List ontroert me ook. Niet op YouTube te vinden. Wel het nummer dat ook op de cd staat "Heb het leven lief".
woensdag 6 april 2011
Met "Zero budget Marketing op Internet" groot worden. Positieve handleiding over kansen i.p.v. bedreigingen van het internet
Niels Aalberts legt in zijn pas verschenen boek "Doorbraak" uit hoe je met weinig middelen (zero budget marketing) iets kunt bereiken. Een voorbeeld van een artiest die hij groot maakte met zero budget is Kyteman. Het is een ster die totaal onverwacht bekend werd d.m.v. mond-tot-mond reclame op het internet.
Zijn ideeen gaan op voor iedere branche, beweert hij.
Dus: begin een blog en een twitteraccount.
Lees hieronder het begin van het artikel in NRC van 5 april.
Niels Aalberts legt uit hoe je als beginnende muzikant groot kunt worden
Begin eerst een blog, dan pas een band
Door Hester Carvalho
Niels Aalberts, de man achter Kyteman, schreef een optimistische handleiding over marketing op het net.
Ooit was het motto van de punkbeweging ‘Leer drie akkoorden en begin een band’. Het motto van deze tijd zou je kunnen samenvatten als ‘Begin een blog en begin dan je band’. Dat is ongeveer zoals Niels Aalberts het ons voorschrijft in zijn boek Doorbraak! Zero budget marketing op internet.
Aalberts werkte vroeger bij platenmaatschappijen, maar is tegenwoordig zelfstandig marketingdeskundige. Aalberts was manager van Colin Benders alias Kyteman, toen deze als onbekende muzikant nog droomde van een Hiphop Orkest. Aalberts heeft anderhalf jaar met hem gewerkt en het schijnbaar onmogelijke – een orkest van 36 muzikanten, rappers en een koor – mogelijk zien worden (uitverkochte Heineken Music Hall, Pop Prijs 2009). Aalberts schrijft bovendien een blog, genaamd EHPO (Eerste Hulp Bij Plaatopnamen), over de veranderingen die de digitale revolutie in de muziekbusiness teweeg heeft gebracht
In het boek Doorbraak! vertelt hij over de gevolgen daarvan voor de artiest. Aalberts ziet vooral „kansen” in plaats van problemen. Grootste winst is de nieuwe mogelijkheid tot direct contact tussen muzikant en fan. Fans zijn een ongekend krachtig potentieel, aldus Aalberts, maar je moet ze aan je weten te binden. Dat kan via internet, en dan vooral via Twitter, Facebook en je eigen website. Dankzij enthousiaste volgers in de „grootste digitale kroeg ter wereld” wordt je naam verbreid en kun je steeds meer bereiken: meer fans, grotere optredens, en eventueel meer verkoop van bijvoorbeeld exclusieve cd-uitgaven.
Zijn ideeen gaan op voor iedere branche, beweert hij.
Dus: begin een blog en een twitteraccount.
Lees hieronder het begin van het artikel in NRC van 5 april.
Niels Aalberts legt uit hoe je als beginnende muzikant groot kunt worden
Begin eerst een blog, dan pas een band
Door Hester Carvalho
Niels Aalberts, de man achter Kyteman, schreef een optimistische handleiding over marketing op het net.
Ooit was het motto van de punkbeweging ‘Leer drie akkoorden en begin een band’. Het motto van deze tijd zou je kunnen samenvatten als ‘Begin een blog en begin dan je band’. Dat is ongeveer zoals Niels Aalberts het ons voorschrijft in zijn boek Doorbraak! Zero budget marketing op internet.
Aalberts werkte vroeger bij platenmaatschappijen, maar is tegenwoordig zelfstandig marketingdeskundige. Aalberts was manager van Colin Benders alias Kyteman, toen deze als onbekende muzikant nog droomde van een Hiphop Orkest. Aalberts heeft anderhalf jaar met hem gewerkt en het schijnbaar onmogelijke – een orkest van 36 muzikanten, rappers en een koor – mogelijk zien worden (uitverkochte Heineken Music Hall, Pop Prijs 2009). Aalberts schrijft bovendien een blog, genaamd EHPO (Eerste Hulp Bij Plaatopnamen), over de veranderingen die de digitale revolutie in de muziekbusiness teweeg heeft gebracht
In het boek Doorbraak! vertelt hij over de gevolgen daarvan voor de artiest. Aalberts ziet vooral „kansen” in plaats van problemen. Grootste winst is de nieuwe mogelijkheid tot direct contact tussen muzikant en fan. Fans zijn een ongekend krachtig potentieel, aldus Aalberts, maar je moet ze aan je weten te binden. Dat kan via internet, en dan vooral via Twitter, Facebook en je eigen website. Dankzij enthousiaste volgers in de „grootste digitale kroeg ter wereld” wordt je naam verbreid en kun je steeds meer bereiken: meer fans, grotere optredens, en eventueel meer verkoop van bijvoorbeeld exclusieve cd-uitgaven.
dinsdag 5 april 2011
Vijftig boeken per jaar zonder bibliotheken
De Britse minister van Onderwijs heeft verkondigd dat kinderen van 11 ten minste 50 boeken per jaar zouden moeten lezen. Een heel goed idee en nobel streven.Britse kinderen lezen maximaal twee boeken per jaar. Maar het is wel in tegenspraak met het beleid van deze minister omdat ook de Britse regering op dit moment sterk kort op de budgetten van bibliotheken en op leesbevordering voor kinderen.
Zie:
U.K. Authors Weigh In on Education Secretary's 50-Book Challenge
By SLJ Staff March 23, 2011
What a load of rubbish. That's what Philip Pullman, Anthony Browne, and Alan Gibbons are saying about a recent comment by British Education Secretary Michael Gove, who asked leading U.K. children's authors to recommend that kids as young as 11 read 50 books a year as part of a national drive to improve literacy standards.
"While Education Secretary is burbling inanely about getting kids to read 50 books, his government is presiding over the closure of over 500 public libraries and an increasing number of school libraries," writes Gibbons (left) on his blog.
A longtime champion of school and public libraries, Gibbons once declared that cuts to local library services across his country amounted to "cultural vandalism," and his frustrations—and disappointments—echo exactly what's going on here.
"Just look what the Head teacher says," Gibbons writes. "The library is not underused. It is doing a good job. Even so, the school feels it has to close it down. This is happening in a country which has tumbled from seventh to 25th in the world for its reading standards. I call this madness."
Gove made his comment following a tour of America's state-funded charter schools, including Harlem's Infinity Charter School, which set its pupils an annual "50-book challenge."
Gove said U.K. schools needed to "raise the bar" on children's reading, especially since a vast majority of students there read one or two books as part of their General Certificate of Secondary Education (GCSE)-the rough equivalent of a high school diploma.
"We should be saying that our children should be reading 50 books a year, not just one or two for GCSE," said Gove, whose comments followed a December report that showed British teenagers slipping 17th to 25th place in an international league table for reading standards.
U.K. children's laureate Anthony Browne (right) told the Guardian that he too was surprised by Gove's comments because they're at complete odds with the library closures taking place under his government's watch.
"It's always good to hear that the importance of children's reading is recognized, but rather than setting an arbitrary number of books that children ought to read, I feel it's the quality of children's reading experiences that really matter," Browne said, explaining that the government is also cutting programs, such as Bookstart, which give free books to children. "Pleasure, engagement and enjoyment of books is what counts-not simply meeting targets."
Frank Cottrell Boyce, author of the children's novels Cosmic (Walden, 2010) and Millions (Macmillan, 2004), told the Guardian that while Gove's motives were right, the government's wider actions—like closing libraries—went against what Gove wants, "which is just a disaster."
Zie:
U.K. Authors Weigh In on Education Secretary's 50-Book Challenge
By SLJ Staff March 23, 2011
What a load of rubbish. That's what Philip Pullman, Anthony Browne, and Alan Gibbons are saying about a recent comment by British Education Secretary Michael Gove, who asked leading U.K. children's authors to recommend that kids as young as 11 read 50 books a year as part of a national drive to improve literacy standards.
"While Education Secretary is burbling inanely about getting kids to read 50 books, his government is presiding over the closure of over 500 public libraries and an increasing number of school libraries," writes Gibbons (left) on his blog.
A longtime champion of school and public libraries, Gibbons once declared that cuts to local library services across his country amounted to "cultural vandalism," and his frustrations—and disappointments—echo exactly what's going on here.
"Just look what the Head teacher says," Gibbons writes. "The library is not underused. It is doing a good job. Even so, the school feels it has to close it down. This is happening in a country which has tumbled from seventh to 25th in the world for its reading standards. I call this madness."
Gove made his comment following a tour of America's state-funded charter schools, including Harlem's Infinity Charter School, which set its pupils an annual "50-book challenge."
Gove said U.K. schools needed to "raise the bar" on children's reading, especially since a vast majority of students there read one or two books as part of their General Certificate of Secondary Education (GCSE)-the rough equivalent of a high school diploma.
"We should be saying that our children should be reading 50 books a year, not just one or two for GCSE," said Gove, whose comments followed a December report that showed British teenagers slipping 17th to 25th place in an international league table for reading standards.
U.K. children's laureate Anthony Browne (right) told the Guardian that he too was surprised by Gove's comments because they're at complete odds with the library closures taking place under his government's watch.
"It's always good to hear that the importance of children's reading is recognized, but rather than setting an arbitrary number of books that children ought to read, I feel it's the quality of children's reading experiences that really matter," Browne said, explaining that the government is also cutting programs, such as Bookstart, which give free books to children. "Pleasure, engagement and enjoyment of books is what counts-not simply meeting targets."
Frank Cottrell Boyce, author of the children's novels Cosmic (Walden, 2010) and Millions (Macmillan, 2004), told the Guardian that while Gove's motives were right, the government's wider actions—like closing libraries—went against what Gove wants, "which is just a disaster."
maandag 4 april 2011
VOB (interview met Francien van Bohemen) komt met artikel in Metro van vandaag. Trefwoorden: wegwijs maken in informatiejungle, sociale media als middel om in contact te komen met klant, rustig lezen en werken (met laptop dankzij wifi) e-books en ook lenen van boeken en films. Dit wordt door duizenden gelezen. Goede pr.
De bibliotheek los van van saai imago
Metro 4 april 2011
Twitter, Facebook en Hyves blazen het stoffige bibliotheekboek
nieuw leven in. Wie denkt datbibliotheken zich door de online
revolutie van social media en de komst van het e-book hun pand
uit laten jagen, heeft het flink mis. Met vier miljoen leden is de
bieb anno 2011 nog bijna hip te noemen. Een ledenaantal dat de
laatste jaren zelfs weer is opgekrabbeld.
“Natuurlijk! We moeten welvoorsorteren”, vertelt een trotse
adjunct-directeur van Bibliotheken Eemland, Margot Jager. De
keten bestaat uit twaalf bibliotheken in omgeving Amersfoort en
experimenteert veel met nieuwe ontwikkelingen. “We Twitteren
met onze leden, een aantal medewerkers blogt actief over het
leven in de bieb, we lenen ebooks uit en we hebben een multitouchtable.”
Volgens Francien van Bohemenvan de Vereniging Openbare Bibliotheken
(VOB) verandert de rol van de bibliotheek door de digitalisering.
“Vooral de informatieve taak verandert. Het aantal uitgeleende
informatieve boeken loopt sterk terug. Als je een spreekbeurt
moet houden, stap je niet meer op je fiets naar de bibliotheek,
maar pak je Google erbij.” de informatieve rol verschuift
volgens haar meer naar het wegwijs maken in “die informatiejungle.”
Zoals bijvoorbeeld het geven van workshops en het coachen
naar betrouwbare informatie. Ook Bibliotheek Utrecht is zich
bewust van het belang van modernisering. De bieb leende vorig jaar 9.000 digiboeken uit aan 2.740 leden met een e-reader. “Wel moeten we nog wat meer aandacht aan Twitter besteden”, geeft woordvoerder Corrie Kamphof
toe. “Dat doen we nog te weinig, hoewel we weten dat je er
tegenwoordig niet meer omheen Verder wordt de bieb meer een
ontmoetingsplek en een plek om rustig te werken voor zzp’ers en
studenten, volgens Van Bohemen. Bij nieuwbouw wordt daar qua
inrichting veel meer rekening mee gehouden.” Zowel Jager als
Kamphof herkennen deze trend vanuit de praktijk. “Ik liep net
nog door de ruimte en zag dat er veel werd gewerkt, in groepen of
apart”, vertelt Kamphof. “We hebben van die hotspots, je kunt met
je eigen laptop werken. Het is een goed alternatief voor je eigen
keukentafel, hier heb je ook koffie, plus toegang tot allerlei materialen.
Bovendien kun je gelijk een goed boek of leuke film mee naar huis nemen.”
“Rol van bieb verandert: we maken de leden wegwijs in de informatiejungle”
Bibliotheek is rustige ontmoetingsplek voor zzp’ers en studenten geworden
Metro 4 april 2011
Twitter, Facebook en Hyves blazen het stoffige bibliotheekboek
nieuw leven in. Wie denkt datbibliotheken zich door de online
revolutie van social media en de komst van het e-book hun pand
uit laten jagen, heeft het flink mis. Met vier miljoen leden is de
bieb anno 2011 nog bijna hip te noemen. Een ledenaantal dat de
laatste jaren zelfs weer is opgekrabbeld.
“Natuurlijk! We moeten welvoorsorteren”, vertelt een trotse
adjunct-directeur van Bibliotheken Eemland, Margot Jager. De
keten bestaat uit twaalf bibliotheken in omgeving Amersfoort en
experimenteert veel met nieuwe ontwikkelingen. “We Twitteren
met onze leden, een aantal medewerkers blogt actief over het
leven in de bieb, we lenen ebooks uit en we hebben een multitouchtable.”
Volgens Francien van Bohemenvan de Vereniging Openbare Bibliotheken
(VOB) verandert de rol van de bibliotheek door de digitalisering.
“Vooral de informatieve taak verandert. Het aantal uitgeleende
informatieve boeken loopt sterk terug. Als je een spreekbeurt
moet houden, stap je niet meer op je fiets naar de bibliotheek,
maar pak je Google erbij.” de informatieve rol verschuift
volgens haar meer naar het wegwijs maken in “die informatiejungle.”
Zoals bijvoorbeeld het geven van workshops en het coachen
naar betrouwbare informatie. Ook Bibliotheek Utrecht is zich
bewust van het belang van modernisering. De bieb leende vorig jaar 9.000 digiboeken uit aan 2.740 leden met een e-reader. “Wel moeten we nog wat meer aandacht aan Twitter besteden”, geeft woordvoerder Corrie Kamphof
toe. “Dat doen we nog te weinig, hoewel we weten dat je er
tegenwoordig niet meer omheen Verder wordt de bieb meer een
ontmoetingsplek en een plek om rustig te werken voor zzp’ers en
studenten, volgens Van Bohemen. Bij nieuwbouw wordt daar qua
inrichting veel meer rekening mee gehouden.” Zowel Jager als
Kamphof herkennen deze trend vanuit de praktijk. “Ik liep net
nog door de ruimte en zag dat er veel werd gewerkt, in groepen of
apart”, vertelt Kamphof. “We hebben van die hotspots, je kunt met
je eigen laptop werken. Het is een goed alternatief voor je eigen
keukentafel, hier heb je ook koffie, plus toegang tot allerlei materialen.
Bovendien kun je gelijk een goed boek of leuke film mee naar huis nemen.”
“Rol van bieb verandert: we maken de leden wegwijs in de informatiejungle”
Bibliotheek is rustige ontmoetingsplek voor zzp’ers en studenten geworden
vrijdag 1 april 2011
Rutger Lemm reageert in NRC op Nicholas Carr. Wie herkent dit?
Láát die pc toch eens. Lees gewoon een boek
Nicholas Carr schreef dat internet zijn aandacht te veel afleidt. Wat een ouwe zeur, dacht ik – totdat ik mijn eigen internetgedrag onder de loep nam. Misschien heeft Carr toch een punt, schrijft Rutger Lemm.
Aan het begin van de ‘generatiefilm’ The Social Network vindt een klein, maar veelzeggend moment plaats. Mark Zuckerberg (Jesse Eisenberg) zet na thuiskomst onmiddellijk zijn laptop aan. Daarna pakt hij een biertje. Hij begint te bloggen. Het activeren van de computer voert hij achteloos en tegelijk routineus uit, alsof hij een glas water drinkt. De laptop lijkt een verlengstuk van hemzelf te zijn. Zodra hij thuis is, moet hij online gaan.
Dit doet denken aan een Italiaans onderzoek uit 2008, waarbij makaken gebruikmaakten van grijpers terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten. Na een tijdje accepteerde hun brein dit gereedschap en begon het als onderdeel te zien van het lichaam. De aap dacht dat hij een langere arm had. Onderzoeken met mensen boden vergelijkbare resultaten.
Dit voorbeeld komt uit het boek The Shallows, What the Internet Is Doing to Our Brains (2010) van de Amerikaanse auteur Nicholas Carr (1959). Hierin onderscheidt hij twee soorten uitvindingen die de mensheid vooruithielpen – fysieke technologieën (zoals de ploeg) en intellectuele uitvindingen (zoals de klok). Inherent aan die tweede categorie is dat deze nieuwe technieken onze manier van denken veranderen. Internet is zo’n intellectuele technologie, een enorm verlengstuk van onze hersenen. Wat doet het met ons denken?
Internet is ontworpen om ons snel te voorzien van veel informatie. Daardoor kent het veel onderbrekingen en zijwegen. Carr prijst internet veelvuldig, maar vindt toch dat we te veel moeten opofferen voor de voordelen ervan.
Internet geeft ons precies de kleine bevrediging en de afleiding die onze hersenen constant willen. Stimuleert het ook zaken die wat moeilijker zijn? Alle hyperlinks, notificaties en chatgeluidjes brengen ons in een perpetual state of distraction, waarin we niets écht doen. Het lijkt een typisch product van de consumptiemaatschappij, waarbij de kwantiteit – meer, meer, meer – belangrijker is dan de kwaliteit van de informatie.
Het kan onze hersenen niets schelen dat het lezen van een boek waardevoller is dan het voor de tiende keer bekijken van Rebecca Black’s clip Friday – wel een aanrader trouwens. Onderzoeken tonen aan dat we door de constante stroom aan informatie minder goed worden in contemplatief denken, het intensief bestuderen van een onderwerp zonder dat dit directe resultaten oplevert. Volgens Carr worden we oppervlakkig van internet, zoals hij ook al schreef in het essay met de retorische vraag Is Google Making Us Stupid?
Mijn eerste reactie was: wat een conservatieve lulkoek. Carr beschrijft zelf dat elke intellectuele technologie eerst op weerstand stuit. Nu doet hij vrolijk daaraan mee. Een nieuwe tijd komt eraan – the Age of Zuckerberg. Staak je verzet, oude man! Waarom is internet zo kwaadaardig? Jonge mensen zoals ik hebben alleen maar profijt ervan.
Dat veranderde toen ik goed nadacht over mijn eigen situatie. Ook zelf zet ik meteen na het ontwaken de laptop – die vaak nog in mijn bed ligt – aan. Ik check Zuckerbergs uitvinding Facebook, mijn drie e-mailinboxen, voetbalprimeur.nl, Twitter, nrc.nl en nog een keer Facebook.
Toen ik op mijn vijftiende internet kreeg, mailde ik met mijn vakantieliefde uit Rotterdam. Als je het programma opstartte, zei videojockey Michael Pilarczyk van tv-zender TMF: „welkom bij Compuserve.” Dan duurde het een aantal seconden voordat je inbox geel oplichtte. Michael zei: „Er is nieuwe e-mail voor u.” De opwinding die ik voelde, was onbeschrijflijk. E-mail? Voor mij?
Michael was niet altijd vriendelijk. Als ik nog geen antwoord op mijn vurige liefdesbrief had ontvangen, zei hij, heel fijntjes: „Er is geen nieuwe e-mail voor u.”
Deze internetopwinding is zonder twijfel verslavend. Elke like op Facebook, elke @mention op Twitter, elk opvallend nieuwsbericht of Youtube-filmpje en elk mailtje bezorgt een bepaalde kleine bevrediging, die nooit helemaal genoeg is, maar toch gemakkelijk te vinden.
Dit laatste is van belang. Tijdens het schrijven van een stuk of het lezen van een boek kun je altijd je concentratie verliezen. De behoefte aan afleiding is natuurlijk. Ik klik dan altijd als een gedachteloze zombie op het Firefox-icoon. Daarna kom ik al snel vast te zitten in mijn vaste ‘internetrondje’. Na een kwartier is daar niets nieuws te zien. Toch blijf ik maar erin doordraaien, op zoek naar iets wat niet bestaat. Soms zit ik op Facebook urenlang te kijken naar vakantiefoto’s van mensen die ik niet ken. Dit heet onofficieel update sickness.
Ik begon toch wat te zien in Carrs noodroep. Internet stimuleert strategisch handelen. Alles moet zo snel mogelijk een effect hebben. Als een programma traag loopt, of een sms’je niet snel genoeg wordt beantwoord, raken we geïrriteerd.
Ik merk dat ik strategisch in het leven sta. Bij het uitgaan denk ik steeds vaker: wat valt er te halen vanavond? Bezoeken we een club die ik nog niet ken? Zijn daar leuke meisjes? Kortom – zal deze avond mij verrijken, of kan ik net zo goed naar huis gaan, om daar wat films te downloaden? Een snelle, afgebakende bevrediging van het persoonlijke geluk staat een onverwachte avond in de weg. Komt dit door het internet, dat mij nooit lijkt teleur te stellen in die behoefte?
Worden we oppervlakkiger, dommer en egoïstischer van internet? Zo ja, wat is de oplossing?
Volgens Carr moeten we minder internetten. Zelf heeft hij geen smartphone. Hij checkt zijn e-mail op gezette tijden, voelt zich beter en kan zich weer beter concentreren op lange artikelen en boeken.
Terwijl ik dit in zijn boek las, raakte ik afgeleid door een geluidje uit mijn laptop, die een paar meter naast me stond. Ik had een nieuw mailtje.
Rutger Lemm is stand-up comedian en hoofdredacteur van het online tijdschrift hard//hoofd.
Nicholas Carr schreef dat internet zijn aandacht te veel afleidt. Wat een ouwe zeur, dacht ik – totdat ik mijn eigen internetgedrag onder de loep nam. Misschien heeft Carr toch een punt, schrijft Rutger Lemm.
Aan het begin van de ‘generatiefilm’ The Social Network vindt een klein, maar veelzeggend moment plaats. Mark Zuckerberg (Jesse Eisenberg) zet na thuiskomst onmiddellijk zijn laptop aan. Daarna pakt hij een biertje. Hij begint te bloggen. Het activeren van de computer voert hij achteloos en tegelijk routineus uit, alsof hij een glas water drinkt. De laptop lijkt een verlengstuk van hemzelf te zijn. Zodra hij thuis is, moet hij online gaan.
Dit doet denken aan een Italiaans onderzoek uit 2008, waarbij makaken gebruikmaakten van grijpers terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten. Na een tijdje accepteerde hun brein dit gereedschap en begon het als onderdeel te zien van het lichaam. De aap dacht dat hij een langere arm had. Onderzoeken met mensen boden vergelijkbare resultaten.
Dit voorbeeld komt uit het boek The Shallows, What the Internet Is Doing to Our Brains (2010) van de Amerikaanse auteur Nicholas Carr (1959). Hierin onderscheidt hij twee soorten uitvindingen die de mensheid vooruithielpen – fysieke technologieën (zoals de ploeg) en intellectuele uitvindingen (zoals de klok). Inherent aan die tweede categorie is dat deze nieuwe technieken onze manier van denken veranderen. Internet is zo’n intellectuele technologie, een enorm verlengstuk van onze hersenen. Wat doet het met ons denken?
Internet is ontworpen om ons snel te voorzien van veel informatie. Daardoor kent het veel onderbrekingen en zijwegen. Carr prijst internet veelvuldig, maar vindt toch dat we te veel moeten opofferen voor de voordelen ervan.
Internet geeft ons precies de kleine bevrediging en de afleiding die onze hersenen constant willen. Stimuleert het ook zaken die wat moeilijker zijn? Alle hyperlinks, notificaties en chatgeluidjes brengen ons in een perpetual state of distraction, waarin we niets écht doen. Het lijkt een typisch product van de consumptiemaatschappij, waarbij de kwantiteit – meer, meer, meer – belangrijker is dan de kwaliteit van de informatie.
Het kan onze hersenen niets schelen dat het lezen van een boek waardevoller is dan het voor de tiende keer bekijken van Rebecca Black’s clip Friday – wel een aanrader trouwens. Onderzoeken tonen aan dat we door de constante stroom aan informatie minder goed worden in contemplatief denken, het intensief bestuderen van een onderwerp zonder dat dit directe resultaten oplevert. Volgens Carr worden we oppervlakkig van internet, zoals hij ook al schreef in het essay met de retorische vraag Is Google Making Us Stupid?
Mijn eerste reactie was: wat een conservatieve lulkoek. Carr beschrijft zelf dat elke intellectuele technologie eerst op weerstand stuit. Nu doet hij vrolijk daaraan mee. Een nieuwe tijd komt eraan – the Age of Zuckerberg. Staak je verzet, oude man! Waarom is internet zo kwaadaardig? Jonge mensen zoals ik hebben alleen maar profijt ervan.
Dat veranderde toen ik goed nadacht over mijn eigen situatie. Ook zelf zet ik meteen na het ontwaken de laptop – die vaak nog in mijn bed ligt – aan. Ik check Zuckerbergs uitvinding Facebook, mijn drie e-mailinboxen, voetbalprimeur.nl, Twitter, nrc.nl en nog een keer Facebook.
Toen ik op mijn vijftiende internet kreeg, mailde ik met mijn vakantieliefde uit Rotterdam. Als je het programma opstartte, zei videojockey Michael Pilarczyk van tv-zender TMF: „welkom bij Compuserve.” Dan duurde het een aantal seconden voordat je inbox geel oplichtte. Michael zei: „Er is nieuwe e-mail voor u.” De opwinding die ik voelde, was onbeschrijflijk. E-mail? Voor mij?
Michael was niet altijd vriendelijk. Als ik nog geen antwoord op mijn vurige liefdesbrief had ontvangen, zei hij, heel fijntjes: „Er is geen nieuwe e-mail voor u.”
Deze internetopwinding is zonder twijfel verslavend. Elke like op Facebook, elke @mention op Twitter, elk opvallend nieuwsbericht of Youtube-filmpje en elk mailtje bezorgt een bepaalde kleine bevrediging, die nooit helemaal genoeg is, maar toch gemakkelijk te vinden.
Dit laatste is van belang. Tijdens het schrijven van een stuk of het lezen van een boek kun je altijd je concentratie verliezen. De behoefte aan afleiding is natuurlijk. Ik klik dan altijd als een gedachteloze zombie op het Firefox-icoon. Daarna kom ik al snel vast te zitten in mijn vaste ‘internetrondje’. Na een kwartier is daar niets nieuws te zien. Toch blijf ik maar erin doordraaien, op zoek naar iets wat niet bestaat. Soms zit ik op Facebook urenlang te kijken naar vakantiefoto’s van mensen die ik niet ken. Dit heet onofficieel update sickness.
Ik begon toch wat te zien in Carrs noodroep. Internet stimuleert strategisch handelen. Alles moet zo snel mogelijk een effect hebben. Als een programma traag loopt, of een sms’je niet snel genoeg wordt beantwoord, raken we geïrriteerd.
Ik merk dat ik strategisch in het leven sta. Bij het uitgaan denk ik steeds vaker: wat valt er te halen vanavond? Bezoeken we een club die ik nog niet ken? Zijn daar leuke meisjes? Kortom – zal deze avond mij verrijken, of kan ik net zo goed naar huis gaan, om daar wat films te downloaden? Een snelle, afgebakende bevrediging van het persoonlijke geluk staat een onverwachte avond in de weg. Komt dit door het internet, dat mij nooit lijkt teleur te stellen in die behoefte?
Worden we oppervlakkiger, dommer en egoïstischer van internet? Zo ja, wat is de oplossing?
Volgens Carr moeten we minder internetten. Zelf heeft hij geen smartphone. Hij checkt zijn e-mail op gezette tijden, voelt zich beter en kan zich weer beter concentreren op lange artikelen en boeken.
Terwijl ik dit in zijn boek las, raakte ik afgeleid door een geluidje uit mijn laptop, die een paar meter naast me stond. Ik had een nieuw mailtje.
Rutger Lemm is stand-up comedian en hoofdredacteur van het online tijdschrift hard//hoofd.
woensdag 30 maart 2011
zondag 27 maart 2011
Gelezen in NRC 26 maart: deze boekhandelaar in Amsterdam wil de publieke functie van de bibliotheek wel overnemen. Maar gaat dat de klant meer geld kosten dan nu? Waar zijn we mee bezig?
Bibliotheek weg? Dan komen we wel samen in de boekhandel
"Waar bestsellers niet op pallets liggen, ontstaat de lezersgemeenschap"
Door Carel van Pampus Boekhandelaar in Amsterdam
Na afloop van de Boekenweek horen we vooral over de omzetcijfers, maar ook de rol van de – kleine – boekhandel verdient aandacht. Die vervult namelijk steeds meer een gemeenschapsfunctie.
De Boekenweek is morgen weer voorbij. De omzetten kunnen worden opgeteld. Dat gebeurt natuurlijk ook, maar de verschraling in het aanbod van de meeste uitgevers en de toenemende fixatie op hitparades, op toptiens of topzestiglijstjes, ontgaan het lezende ‘publiek’ intussen niet. Het ontgaat de lezers evenmin dat boekverkopers steeds gemakkelijker speciale ‘plekken’ – in de etalage, naast de kassa – verhuren aan uitgevers.
Dus is de vraag: als overal min of meer dezelfde toptitels worden aangeboden, wat maakt het dan nog uit waar je je boek koopt? In de meeste winkels liggen immers heel veel exemplaren van dezelfde paar titels klaar op grote pallets
U rekent simpel af bij de kassa. De camera’s waken ondertussen over uw en onze eigendommen. Waarom?
Voor die boeken hoef je de deur toch niet meer uit. Die kun je ook wel via internet bestellen.
Dit is het algemene beeld van de grote boekhandel in Nederland, maar er zijn ook meer andere en kleinere boekhandels, winkels waar de titels uit de toplijsten niet meteen in het zicht liggen, waar niet alleen de bestsellers, maar ook merkwaardige titels mooi plat en zichtbaar neergelegd worden uitgestald en waar, jazeker, recent werk beschikbaar is. Dat zijn vaak plaatsen waar de lezer kan denken: „hé, wat is dat voor een boek?” Daar wordt onthaast. Daar hangt geen zachte drang om meteen af te rekenen bij de kassa.
Natuurlijk, een goed aanbod, in de breedte, valt altijd op, maar op die minder vanzelfsprekend ingerichte plaatsen gebeurt vaak toch ook meer. Je wilt nog niet weg.
Waarom? Omdat daar een bekende is, of een onbekende – even praten, de kinderen kruipen wel in het speelhok met een Gouden Boekje, of om een kopje koffie of thee te drinken bij een wat ingewikkelder gesprek.
Is dat een dorpsgevoel? Zeker, en de ondernemer moet dat gevoel ook onderkennen. De winkelier moet zijn buurt immers kunnen lezen. Hij of zij probeert in te spelen op dingen die daar leven of behoren te leven.
Dan wordt die sfeervolle ruimte met leuke boeken ineens ook nog eens een geschikte plek om maandelijks ‘Open Koffie Ochtenden voor ZZP’ers’ te houden (bij mij elke keer met een opkomst van veertig à vijftig mensen), of een vergadering van een bewonerscomité, dan wel een publiek gesprek met een vooraanstaande socioloog, met de schrijfster Kristien Hemmerechts of een avond over de stedenbouwkundige geschiedenis van de wijk – et cetera.
Hoe komt het dat boekwinkels die functie steeds meer vervullen? Ik denk omdat in Amsterdam-Oost, waar ik woon en werk, de vele sociaal-culturele voorzieningen niet meer goed sporen met de behoeften van de bevolking. Dit deel van de stad heeft bijvoorbeeld welgeteld één filiaal van de Openbare Bibliotheek. In zo’n wijk kan een beetje extra podium geen kwaad. Buurtbewoners nemen daartoe ook zelf initiatieven, zoals het maandelijkse Podium 303 bij ons in Amsterdam-Oost.
Boekwinkels blijken eveneens die oude gemeenschapsfuncties, die nu niet langer vanzelfsprekend worden uitgevoerd door openbare gelegenheden als de bibliotheek, meer en meer te vervullen. Ze hebben meer taken dan alleen boeken verkopen. Het onderhouden, prikkelen en verbinden van een buurt – het is vermoedelijk geen opwindend thema voor de volgende Boekenweek, maar het is wel precies wat steeds meer kleine boekwinkels doen.
"Waar bestsellers niet op pallets liggen, ontstaat de lezersgemeenschap"
Door Carel van Pampus Boekhandelaar in Amsterdam
Na afloop van de Boekenweek horen we vooral over de omzetcijfers, maar ook de rol van de – kleine – boekhandel verdient aandacht. Die vervult namelijk steeds meer een gemeenschapsfunctie.
De Boekenweek is morgen weer voorbij. De omzetten kunnen worden opgeteld. Dat gebeurt natuurlijk ook, maar de verschraling in het aanbod van de meeste uitgevers en de toenemende fixatie op hitparades, op toptiens of topzestiglijstjes, ontgaan het lezende ‘publiek’ intussen niet. Het ontgaat de lezers evenmin dat boekverkopers steeds gemakkelijker speciale ‘plekken’ – in de etalage, naast de kassa – verhuren aan uitgevers.
Dus is de vraag: als overal min of meer dezelfde toptitels worden aangeboden, wat maakt het dan nog uit waar je je boek koopt? In de meeste winkels liggen immers heel veel exemplaren van dezelfde paar titels klaar op grote pallets
U rekent simpel af bij de kassa. De camera’s waken ondertussen over uw en onze eigendommen. Waarom?
Voor die boeken hoef je de deur toch niet meer uit. Die kun je ook wel via internet bestellen.
Dit is het algemene beeld van de grote boekhandel in Nederland, maar er zijn ook meer andere en kleinere boekhandels, winkels waar de titels uit de toplijsten niet meteen in het zicht liggen, waar niet alleen de bestsellers, maar ook merkwaardige titels mooi plat en zichtbaar neergelegd worden uitgestald en waar, jazeker, recent werk beschikbaar is. Dat zijn vaak plaatsen waar de lezer kan denken: „hé, wat is dat voor een boek?” Daar wordt onthaast. Daar hangt geen zachte drang om meteen af te rekenen bij de kassa.
Natuurlijk, een goed aanbod, in de breedte, valt altijd op, maar op die minder vanzelfsprekend ingerichte plaatsen gebeurt vaak toch ook meer. Je wilt nog niet weg.
Waarom? Omdat daar een bekende is, of een onbekende – even praten, de kinderen kruipen wel in het speelhok met een Gouden Boekje, of om een kopje koffie of thee te drinken bij een wat ingewikkelder gesprek.
Is dat een dorpsgevoel? Zeker, en de ondernemer moet dat gevoel ook onderkennen. De winkelier moet zijn buurt immers kunnen lezen. Hij of zij probeert in te spelen op dingen die daar leven of behoren te leven.
Dan wordt die sfeervolle ruimte met leuke boeken ineens ook nog eens een geschikte plek om maandelijks ‘Open Koffie Ochtenden voor ZZP’ers’ te houden (bij mij elke keer met een opkomst van veertig à vijftig mensen), of een vergadering van een bewonerscomité, dan wel een publiek gesprek met een vooraanstaande socioloog, met de schrijfster Kristien Hemmerechts of een avond over de stedenbouwkundige geschiedenis van de wijk – et cetera.
Hoe komt het dat boekwinkels die functie steeds meer vervullen? Ik denk omdat in Amsterdam-Oost, waar ik woon en werk, de vele sociaal-culturele voorzieningen niet meer goed sporen met de behoeften van de bevolking. Dit deel van de stad heeft bijvoorbeeld welgeteld één filiaal van de Openbare Bibliotheek. In zo’n wijk kan een beetje extra podium geen kwaad. Buurtbewoners nemen daartoe ook zelf initiatieven, zoals het maandelijkse Podium 303 bij ons in Amsterdam-Oost.
Boekwinkels blijken eveneens die oude gemeenschapsfuncties, die nu niet langer vanzelfsprekend worden uitgevoerd door openbare gelegenheden als de bibliotheek, meer en meer te vervullen. Ze hebben meer taken dan alleen boeken verkopen. Het onderhouden, prikkelen en verbinden van een buurt – het is vermoedelijk geen opwindend thema voor de volgende Boekenweek, maar het is wel precies wat steeds meer kleine boekwinkels doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)